Noodtoestand Gambiaanse hoofdstad Banjul

Foto: De nieuw verkozen president van Gambia, Adama Barrow, wil het land uit de armoede trekken.

Door Alina Sedee 23 januari 2017

De voormalige president van Gambia Yahya Jammeh baadde in luxe terwijl zijn volk in armoede leefde. In de weken voor zijn gedwongen vertrek, stal hij 11 miljoen euro uit de staatskas. Een van de vele huizen die de dictator bezat, had 9 badkamers en stond op een steenworp afstand van het Witte Huis. Kosten: 3,5 miljoen dollar.

Onder Jammehs leiding was Gambia voor toeristen een paradijs, maar voor de meeste Gambianen die niet tot Jammeh’s inner circle behoorden, een dramatisch bestaan. Veel LGBT’s vluchtten naar omringende landen omdat ze hun leven onder hun waanzinnige leider niet zeker waren. De dramatische economische situatie bracht veel Gambianen ertoe om hun heil in het buitenland te zoeken.

Jammeh’s democratisch gekozen opvolger Adama Barrow wil de economie herstellen. Vandaag publiceerde journalist Fabakary Ceesay van het Network of Human Rights Journalists (NHRJ), een internationaal samenwerkingsverband van 150 journalisten die zich focussen op schendingen van mensenrechten, een onthullende en onthutsende feitenlijst over Jammeh.

Jammeh drukte 109 tractors achterover die afkomstig waren uit donaties van goedwillende, maar iets te goedgelovige mensen. Hij liet Ivoorkust-president Laurent Gbagbo een luxe paleis in Kotu kopen waar hij uiteindelijk zelf introk. Het pand waar in Marokko de Gambiaanse ambassade zetelt, staat op naam van Jammeh. De huur wordt betaald door de Gambiaanse regering.

Ook persbureau Reuters kwam deze week met een soortgelijke lijst van excentrieke zaken uit Jammehs leven. Zo beweerde de Gambiaanse gek dat hij een plantaardig medicijn tegen aids had gevonden dat alleen werkte wanneer je het op een donderdag slikte. Een keer per jaar nodigde hij een paar honderd vrouwen uit in zijn regeringspaleis, die hij persoonlijk een andere plantaardige kuur tegen onvruchtbaarheid toediende. Hij arresteerde honderden Gambianen op verdenking van hekserij en tovenarij en dreigde om homoseksuelen te onthoofden.

Terwijl Jammeh als leider bij voortduring door klokkenluiders werd getipt als een corrupte president, die aan alle kanten vriendjes had in omringende landen en in 2010 zelfs financieel werd gesteund door door landen met dollartekens in de ogen, bleef hij aan de macht. In 2010 ontving Jammeh 3 miljoen Amerikaanse dollars via het ministerie van Binnenlandse zaken van Quatar, waarmee hij de terdoodveroordeelde Yusuf Ezziden Aka Rambo vrij moest laten. Dat deed Jammeh. De veroordeelde zou worden gehoord, maar verdween kort na zijn veroordeling. Zeven jaar geleden. Geen haan kraaide hard genoeg om Jammeh uit zijn ambt te ontzetten.

De Verenigde Staten wisten van zijn praktijken. Een van zijn paleizen, gebouwd in 1991, stond nota bene naast het Witte Huis. Internationaal waren zijn praktijken allang bekend. Iedereen liet hem gaan.

Argeloze Nederlanders die op vakantie waren in dit land van visserij, pinda’s en toerisme waar het gemiddelde maandinkomen (in 2014) 105 euro was, zetten eenmaal terug in eigen land stichtingen op voor die arme Gambianen.

Ontwikkelingslanden hebben geen geld van ‘het rijke westen’ nodig. Die moeten eerst maar hun eigen problemen oplossen. De problemen ver weg zijn altijd politiek. Daar hebben ze geen vrijwilligers voor nodig die door weer en wind met collectebussen en zielige praatjes aan onze deuren komen voor nodig. Daar moet internationaal flink en direct tegen worden opgetreden. Met handelsboycots. Door het terugpakken van criminele gelden, vaak verdiend met wapen- en drughandel, zoals ook Jammeh deed.

Er is een reden waarom dat ook hier weer niet is gebeurd. Een van die redenen is dat de goededoelenindustrie een zichzelf instandhoudend verdienmodel is die kijkers en lezers met gelikte, deerniswekkende beelden en verhalen een werkelijkheid laat zien die weliswaar bestaat en verschrikkelijk tragisch is. Wat ze niet laten zien, is de situatie een paar honderd of duizend kilometer verderop in datzelfde land. Waar het geld dat burgers tekortkomen wordt uitgegeven aan luxe van de leiders en hun politieke bondgenoten die doen alsof ze van niets weten.

Dit geldt voor alle goede doelen. Ja, alle. De verantwoordelijkheid zou primair moeten liggen bij het oplossen van het probleem waarvoor het goede doel als middel is opgericht. Goede doelen doen aan symptoombestrijding met lapmiddelen als goederen. Die vaak niet op de plek van bestemming aankomen. Met geld, waarvan of niets of maar een fractie de mensen om wie het gaat bereikt.

Vorig jaar zocht Jeroen Hendrikse voor de Volkskrant uit hoe krankzinnig hoog de salarissen van goededoelendirecteuren zijn.
Een kleine greep uit dat bericht:

Prins Bernhard Cultuurfonds / Adriana Esmeijer€ 157.879
Oranje Fonds / Ronald van der Giessen€ 156.849
KWF Kankerbestrijding / Michel Rudolphie€ 152.000
Amnesty International€ 127.497
Artsen zonder Grenzen€ 129.257
Bont voor Dieren € 58.250
Leger des Heils€ 111.240
Kinderpostzegels€ 115.172
Pink Ribbon€ 91.560
Vluchtelingenwerk€ 137.599
Stichting Vluchteling€ 117.353
Unicef€ 142.116
Warchild€ 99.016
Zonnebloem€ 149.840

Hier de complete knip-uit-hang-op-naast-je-deurbel-versie

Rechtvaardiging volgens de goede doelen: ‘Zij bieden oplossingen voor belangrijke maatschappelijke vraagstukken. Het realiseren van maatschappelijke doelen vraagt om kwalitatief goed personeel. Daar hoort ook professioneel leiderschap bij met een gepaste beloning. Sinds 2005 heeft Goede Doelen Nederland een beloningsregeling voor directeuren.’

Allemaal niet waar. Goede doelen houden dit soort zieke situaties in stand door de focus met opzet te verleggen.

Wie doneert aan een goed doel, gaat bovendien ongemerkt akkoord met het doorverkopen van zijn/gegevens aan handelaren die u vervolgens reclames en aanbiedingen doen die niets met het goede doel te maken hebben. Adressenmakelaar Focum zei destijds in een reactie op de commotie: ‘Consumenten die niet willen dat hun gegevens op deze manier gebruikt worden, kunnen hier verzet tegen aantekenen. Dit kan bij de bestandseigenaar of de beheerder van de bestanden. Uiteraard kunnen mensen benadering ook voorkomen door zich aan te melden bij het Bel-me-niet register of het Postfilter.’

Trap niet zomaar in ‘zielig’. Aan ‘zielig’ is blijkbaar zoveel politiek falen voorafgegaan dat mensen die niets met het conflict of de geldnood te maken hebben, een rad voor ogen wordt gedraaid door een beroep te doen op schuldgevoel. Wij, als het zogenaamde rijke Westen, ook al zo’n vooroordeel dat de rest van de wereld maar in stand blijft houden, hebben niets te maken met armoede in andere landen. Dat doen hun leiders zelf.

En die moeten niet door onze euro’s en belastingcenten worden terechtgewezen en -gesteld, maar door medepolitici die medeplichtig zijn aan het leed van arme bevolkingen door politiek ingrijpen om persoonlijke, politieke en vooral financiële redenen weigeren.